Skiën met een visuele handicap
Visueel gehandicapte skiërs dalen af samen met een voorskiër voor,
naast of achter zich.

De voorskiër van een slechtziende skiet meestal met een felgekleurd hesje
of skipak.
Er bestaan mogelijkheden voor radioverbinding tussen voorskiër en skiër.
- B1: Staande en begeleide skiër, normale uitrusting, skiet verplicht geblinddoekt.
Volledige blindheid, of met perceptie van lichtsterkte maar met de onmogelijkheid
om voorwerpen of omtrekken te onderscheiden van op elke afstand of richting.
B2: Staande en begeleide skiër, normale uitrusting.
Verminderde gezichtsscherpte, minder dan 2/60 en/of visueel veld minder dan 5°
bij maximale correctie.
B3: Staande en begeleide skiër, normale uitrusting.
Verminderde gezichtsscherpte, tussen 2/60 en 6/60 en/of visueel veld tussen 5°
en 20°.
Op eenvoudige vraag via info@handiski.org
kun je de coördinaten bekomen van de arts die deze handicap toekent.
|